
Derde afdeeling. Inbeslagneming
Artikel 97
- 1
- In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in art. 67, 1e lid, kan de officier van justitie, bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de rechter-commissaris niet kan worden afgewacht, ter inbeslagneming de volgende plaatsen doorzoeken:
- a.
- een woning zonder toestemming van de bewoner, en
- b.
- een kantoor van een persoon met bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in art. 218.
- 2
- Voor een doorzoeking als bedoeld in het eerste lid behoeft de officier van justitie de machtiging van de rechter-commissaris. Deze machtiging is met redenen omkleed.
- 3
- Kan ook het optreden van de officier van justitie niet worden afgewacht, dan komt de bevoegdheid tot doorzoeking toe aan de hulpofficier. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing. De machtiging van de rechter-commissaris wordt zo mogelijk door tussenkomst van de officier van justitie gevraagd.
- 4
- Indien de rechter-commissaris aan een hulpofficier van justitie machtiging heeft verleend ter inbeslagneming een woning zonder toestemming van de bewoner te doorzoeken, is voor het binnentreden in die woning door betrokken hulpofficier van justitie geen machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden vereist.
- 5
- Art. 96, 2e lid, is van overeenkomstige toepassing.
Verwijzingen naar andere artikelen
- Wetboek van Strafvordering Artikel 67
- Wetboek van Strafvordering Artikel 96
- Wetboek van Strafvordering Artikel 218
Verwijzingen vanuit andere artikelen
::Gerelateerde termen
Deeplink
Indien u wilt verwijzen naar dit artikel, gebruik dan niet de URL uit de adresbalk maar de URL zoals hieronder. Deze link zal altijd verwijzen naar de laatste versie van dit document.Link naar mobiele site: http://wetboek.mobi/Sv/97.html
::
