Burgerlijk Wetboek Boek 2
Artikel 49
| 1 | Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van boekjaar van vereniging als bedoeld in art. 360 lid 3, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste 5 maanden door algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de leden ter inzage ten kantore van vereniging. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de leden, tenzij de artt. 396 lid 6, 1e volzin, of 403 voor de vereniging gelden. |
| 2 | De jaarrekening wordt ondertekend door bestuurders en door commissarissen; ontbreekt de ondertekening van of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. |
| 3 | De jaarrekening wordt vastgesteld door algemene vergadering die het bestuur uiterlijk een maand na afloop van termijn doet houden. Vaststelling van jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris. |
| 4 | Art. 48 lid 1 is niet van toepassing op de vereniging bedoeld in art. 360 lid 3. Art. 48 lid 2 is hierop van toepassing met dien verstande dat onder stukken wordt verstaan de stukken die ingevolge lid 1 worden overgelegd. |
| 5 | Een vereniging als bedoeld in art. 360 lid 3 mag ten laste van door wet voorgeschreven reserves een tekort slechts delgen voor zover de wet dat toestaat. |
| 6 | Onze Minister van Economische Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen van verplichting tot het opmaken, het overleggen en het vaststellen van jaarrekening. |
Gerelateerde zoektermen:
vereniging; verenigingen;Deeplink
Indien u wilt verwijzen naar dit artikel, gebruik dan niet de URL uit de adresbalk maar de URL zoals hieronder. Deze link zal altijd verwijzen naar de laatste versie van dit document.Link naar website: http://wetboek.net/BW2/49.html
Link naar mobiele site: http://wetboek.mobi/BW2/49.html
::
