.

<  o  >

Titel XXV. Bedrog

Artikel 326

Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaren of geldboete van de vijfde categorie.


::




Gerelateerde termen

Deeplink
Indien u wilt verwijzen naar dit artikel, gebruik dan niet de URL uit de adresbalk maar de URL zoals hieronder. Deze link zal altijd verwijzen naar de laatste versie van dit document.
Link naar website: http://wetboek.net/Sr/326.html
Link naar mobiele site: http://wetboek.mobi/Sr/326.html


Valid XHTML 1.0 Transitional
::








.