Wetboek van Strafvordering

Artikel 56

1
De officier van justitie of hulpofficier voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden, kan, bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze, in belang van onderzoek bepalen dat deze aan zijn lichaam of kleding zal worden onderzocht.
2
De officier van justitie kan bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen de verdachte, in belang van onderzoek bepalen dat deze in zijn lichaam wordt onderzocht. Onder onderzoek in lichaam wordt verstaan: het uitwendig schouwen van openingen en holten van onderlichaam, röntgenonderzoek, echografie en het inwendig manueel onderzoek van openingen en holten van lichaam. Het onderzoek in lichaam wordt verricht door een arts. Het onderzoek wordt niet ten uitvoer gelegd indien zulks om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
3
De in eerste en tweede lid bedoelde onderzoeken worden op een besloten plaats en voor zover mogelijk door personen van hetzelfde geslacht als de verdachte verricht.
4
De overige opsporingsambtenaren zijn bevoegd den aangehoudene tegen wien ernstige bezwaren bestaan, aan zijne kleeding te onderzoeken.
5
Tijdens het gerechtelijk vooronderzoek geldt bovendien de bepaling van art. 195.
::

Op deze website kunt u persoonlijke aantekeningen maken. Om uw aantekeningen permanent op te slaan dient u in te loggen. Inloggen doet u met uw e-mailadres en een wachtwoord van minimaal 4 tekens. Indien u nog geen wachtwoord heeft, kies dan een wachtwoord. Indien u zich nog niet heeft aangemeld wordt uw gratis account na verificatie van uw e-mailadres automatisch geactiveerd.
Aantekeningen:

E-mailadres Wachtwoord
Gerelateerde zoektermen:

Deeplink
Indien u wilt verwijzen naar dit artikel, gebruik dan niet de URL uit de adresbalk maar de URL zoals hieronder. Deze link zal altijd verwijzen naar de laatste versie van dit document.
Link naar website: http://wetboek.net/Sv/56.html
Link naar mobiele site: http://wetboek.mobi/Sv/56.html


::








.

.

.