<  o  >
Vreemdelingenwet 2000

Afdeling 3. De verblijfsvergunning regulier

Artikel 26

1
De verblijfsvergunning, die van rechtswege rechtmatig verblijf inhoudt, wordt verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
2
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in art. 14 wordt verlengd met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de dag na die waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt.
3
Indien de vreemdeling de aanvraag tot verlenging, dan wel de gegevens waaruit blijkt dat aan de voorwaarden wordt voldaan niet tijdig heeft ingediend en hem dit niet is toe te rekenen, kan de verblijfsvergunning worden verlengd met ingang van de dag na die waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt.

::



Link naar website: http://wetboek.net/Vrmd/26.html
Link naar mobiele site: http://wetboek.mobi/Vrmd/26.html


Valid XHTML 1.0 Transitional
::








.