.

<  o  >

Vierde afdeeling. Aangiften en klachten

Artikel 160

1
Ieder die kennis draagt van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 92-110 van het Wetboek van Strafrecht , in Titel VII van het Tweede Boek van dat Wetboek , voor zoover daardoor levensgevaar is veroorzaakt, of in de artikelen 287 tot en met 294 en 296 van dat wetboek , van menschenroof of van verkrachting, is verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar.
2
De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing op hem die door aangifte gevaar zou doen ontstaan voor eene vervolging van zichzelven of van iemand bij wiens vervolging hij zich van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschoonen.
3
Evenzoo is ieder die kennis draagt dat iemand gevangen gehouden wordt op eene plaats die niet wettig daarvoor bestemd is, verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar.

::




Gerelateerde termen

Deeplink
Indien u wilt verwijzen naar dit artikel, gebruik dan niet de URL uit de adresbalk maar de URL zoals hieronder. Deze link zal altijd verwijzen naar de laatste versie van dit document.
Link naar website: http://wetboek.net/Sv/160.html
Link naar mobiele site: http://wetboek.mobi/Sv/160.html


Valid XHTML 1.0 Transitional
::








.